Voortplanting van vissen

Het afzetten van de eitjes en de bevruchting daarvan noemen we bij vissen ‘paaien’. De vrouwtjesvissen zullen de eierenleggen, waarna de mannetjesvissen deze gaan bevruchten door er hun zaad overheen te brengen. Dat zaad noemen we bij vissen hom en de eitjes zijn ook wel bekend onder de naam kuit.

De meeste vissoorten paaien altijd op dezelfde plekken, die men paaiplaatsen noemt. Bij veel vissen moeten die plaatsen aan bepaalde eigenschappen voldoen. Haringen voeren het paaien op schelp- of grindbanken uit. Een goede plek hiervoor is bijvoorbeeld de Britse kust. Zandspieringen paaien juist op de zandbodem. Als de eitjes zijn uitgekomen leven de vislarven eerst een tijd als planktondier. Ze komen dan door de stroming van de zee terecht op plekken waar ze verder opgroeien. Die plekken noemen we de kinderkamers.

De Waddenzee was voor veel platvissen de kinderkamer. De platvissen paaiden op die plekken in de Noordzee, waar de zeestromen de vislarfjes naar de Waddenzee konden brengen. De Waddenzee was een perfecte plek voor jonge platvisjes om op te groeien. Er is veel voedsel, voor de platvisjes en in de zomer is het er ook warmer dan in de Noordzee. Dit omdat de Waddenzee zo ondiep is. Tegenwoordig zien we niet zo heel veel weinig jonge platvisjes meer in de Waddenzee. Ze zijn niet uit het uit het gebied verdwenen, want er zwemt meer dan genoeg volwassen platvis in de Noordzee.

De larven groeien dus op een geheel andere plek in de Noordzee op. Visserijbiologen denken dat dit komt omdat het water in de Waddenzee te veel is opgewarmd. Platvisjes hebben koeler, dieper water opgezocht om groot te kunnen worden. Ook denkt men dat het met de zeestromingen te maken heeft. Het zou kunnen dat de larfjes vroeger ‘vanzelf’ de goede afslag, de Waddenzee in, namen. Maar ingrepen in de kustlijn, zoals de aanleg van de Maasvlakte of van de dwarsdam bij Eierland op Texel, kunnen ervoor zorgen dat de stroom langs de kust net even anders komt te lopen, zodat de larven de afslag missen en naar een ander deel van de Noordzee spoelen.

Vissen hebben over het algemeen veel nakomelingen, vooral die soorten vis waarvan de eitjes vrij in het water rond aan het zweven zijn. Een kabeljauw bijvoorbeeld legt tot wel 1 miljoen eitjes per jaar. Veel viseitjes en vislarven worden door andere dieren opgegeten. Slechts een klein gedeelte van de eitjes groeit uit tot volwassen vis. Bij vissoorten als haring en zandspiering worden de eieren op de zeebodem afgezet. De eitjes zijn minder kwetsbaar, zodat deze vissen met minder toe kunnen.

Zo produceert een vrouwtjesharing per jaar ‘slechts’ dertigduizend eitjes. Andere soorten, zoals de hondshaai en stekelrog, leggen nog minder eieren, zo’n 140 stuks per jaar. Sommige vissen leggen geen eitjes. Bij hen vindt de bevruchting in het lichaam van de vis plaats. De voortplanting van vissen is dus best een ingewikkeld concept, waar speciale plekken voor zijn. Heel wat anders als bij ons mensen. Dat is in ieder geval een ding wat zeker is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *